****
Don Siegel, regisseur van genre klassieker "Invasion of the body snatchers (1956)" en Clint Eastwood, the man with no name uit de spagettiwesterns van Sergio Leone, bundelden begin jaren zeventig hun krachten en kwamen op de proppen met een snoeiharde, realistische flikkenfilm die de goegemeente op zijn kop zette. Controversieel in zijn tijd en hedendaags nog steeds relevant kreeg de film nogal wat tegenkantingen van allerlei, al dan niet politieke groeperingen die misnoegd waren om de manier waarop Harry Callahan als éénmansleger op missie gaat en hierbij alle wetten en regels aan zijn laars lapt.
Het is een kwajongensfantasie, waarin de goeien en de slechte uiteindelijk veel meer gemeen hebben met elkaar dan verwacht en waarbij het typische de politie is uw vriend-cliché plaats moest ruimen voor een veel genuanceerder beeld over goed en kwaad, waardoor de flik van dienst plots de anti-held werd.
Eastwood is Harry Callahan, een doorwinterde, cynische flik uit San Francisco met een eigen idee over rechtvaardigheid, die op zoek gaat naar een psychopaat die zichzelf Scorpio noemt (gebaseerd op de echte seriemoordenaar Zodiac) en via lokale kranten kat-en muisspelletjes speelt met de ordediensten. Hij wordt hierbij, onder lichte dwang van zijn oversten, geholpen door zijn nieuwe partner, de mexicaanse Chico Gonzales. Wanneer Harry persoonlijk benadert word door Scorpio, maakt hij er een erezaak van om deze psychopaat te arresteren en op te sluiten, by any means necessary.
Al van bij de openingsscene (een vrouw wordt bespied doorheen het richtkruis van een sluipschuttersgeweer) wordt het al snel duidelijk dat Siegel en Eastwood er geen doekjes om winden en voluit gaan voor controverse en suspense. Hoewel gebaseerd op waargebeurde feiten wijkt de film behoorlijk af van de gekende waarheid achter de Zodiac (die bij het uitkomen van deze film nog steeds actief was) en is het in eerste plaats een geweldig spannende, ultrageweldadige (zelfs fascistische) fantasie die het moet hebben van een geweldig script, uitmuntende regie en dito acteurs.
Er zitten een paar geniale vondsten in die hedendaags misschien wat gedateerd lijken, maar in die tijd vooruitstrevend waren. Denk maar aan de scene waarin Scorpio zich met uitgestreken gezicht in mekaar laat slaan door een zwerver, om dan later Harry hiervoor aan te klagen. Of de scene waarin Harry onder tijdsdruk van de ene telefooncel naar de andere wordt gestuurd en hierbij heel San Francisco doorkruist, om later vast te stellen dat het toch al te laat was. Of de finale, die je zelf moet zien om te geloven en waar ik niet over uitwijd, kwestie van spoilers te beperken.
Er zijn weinig films waarin San Francisco een prominentere rol speelt in het verhaal dan hier (de enige die in me opkomen zijn "Vertigo" (1958) van Hitchcock en "invasion of the body snatchers" (1978) van Kaufman). Don Siegel gebruikt alle mogelijke technieken om zijn film te voorzien van een vlekkeloze beeldvoering (zie het shot in het stadion en de vooraf besproken openingsscene), de soundtrack is fenomenaal en Clint Eastwood werd door zijn ongeremde vertolking van Harry nu ook in zijn eigen land een ware ster. Nog steeds één van de strafste, coolste en hardste flikkenfilm ooit, die de tand des tijds goed heeft doorstaan en zich terecht een klassieker in het genre mag noemen (en staat op gelijke hoogte met "The french connection" van Friedkin). Klassebak!
nota : kreeg nog vier inferieure vervolgen (Magnum force, The enforcer, Sudden impact en The dead pool)
vrijdag 28 september 2012
donderdag 27 september 2012
BLADE RUNNER (1982)
****
"Blade Runner" is zonder enige twijfel hét meesterwerk van Ridley Scott. Sommige zullen "Alien" (een eervolle tweede plaats) of godbetert zelfs "Gladiator" (zijn meest overschatte film) naar voren schuiven als het ultieme werk van deze onvolprezen regisseur, maar geen van beide heeft de visuele stijl alsook de filosofische ondertoon die "Blade Runner" kenmerkt. Het is tevens, samen met Kubrick's "2001", de beste sci-fi film ooit gemaakt, omdat beide films essentiele en vooral existentiele vragen durven stellen over de natuur van de mens zonder een pasklaar antwoord te geven of te hervallen in het typische intergalaktische geweld waar de Star wars-saga in uitblinkt. Het is visueel de meest extravagante film ooit gemaakt (van CGI was nog lang geen sprake en je moet het zien om het te geloven) waarbij elk beeld een magische schoonheid bevat die zelden geevenaard is, het verhaal dieper gaat dan de meeste peperdure jaren 80 produkties en een soundtrack (Vangelis' beste) ten gehore brengt die al jaren één van mijn favorieten is.
Zoals we ondertussen allemaal wel weten zijn er maar liefst 7 (!) versies van "Blade Runner" in omloop, en hoewel de meeste gelijkaardig zijn (mits enkele kleine aanpassingen) bespreek ik hier de final cut, een versie zonder de verguisde voice over uit de eerste bioscoopversie (welke ondanks het hoge film noir gehalte volledig overbodig en op momenten zelfs storend was) en zonder het misplaatste happy end. Ditmaal dus de ultieme versie waarin de idee dat Deckard (Harrison Ford) zelf een replica is alleen maar wordt versterkt door het toevoegen van een droom-scene (de eenhoorn) en het weglaten van de eind goed al goed conclusie, wat de film enkel ten goede komt.
Er valt zoveel te zeggen over "Blade Runner". Van de visuele pracht tot de diepgaande filosofische beschouwingen, elk facet van deze produktie blinkt uit in meesterschap. De acteerprestaties zijn, ondanks de grauwe sfeer op de set (Ford nam Scott kwalijk meer bezig te zijn met licht -en rookeffecten dan met zijn acteurs) geweldig, met als uitschieter de hollandse ubermensch Rutger Hauer, die zijn beste vertolking neerzet als de leider van het groepje ontsnapte replica's. De weinige maar effectieve actie-scenes zijn prachtig in beeld gezet, ondersteund door een hyperromantische score, de dialogen zijn van een (in het sci-fi genre) ongekend hoog niveau (de eindmonoloog van Roy Batty) en de decors zijn pure kunst.
Bij zijn oorspronkelijke release was "Blade Runner" een flop, omdat het publiek (nog steeds in volle Star wars modus) zich verwachtte aan een futuristisch actievehikel, maar zich tevreden moest stellen met een betekenisvolle, traag opbouwende toekomstvisie. Het was pas in 1991, bij het uitbrengen van de director's cut (met droom-scene, maar ook met happy end) dat de film een tweede kans kreeg. Sindsdien wordt hij beschouwt als een onvervalste klassieker, die tot op de dag van vandaag zijn stempel heeft gedrukt op films in het algemeen en science fiction in het bijzonder. Magistraal.
"Blade Runner" is zonder enige twijfel hét meesterwerk van Ridley Scott. Sommige zullen "Alien" (een eervolle tweede plaats) of godbetert zelfs "Gladiator" (zijn meest overschatte film) naar voren schuiven als het ultieme werk van deze onvolprezen regisseur, maar geen van beide heeft de visuele stijl alsook de filosofische ondertoon die "Blade Runner" kenmerkt. Het is tevens, samen met Kubrick's "2001", de beste sci-fi film ooit gemaakt, omdat beide films essentiele en vooral existentiele vragen durven stellen over de natuur van de mens zonder een pasklaar antwoord te geven of te hervallen in het typische intergalaktische geweld waar de Star wars-saga in uitblinkt. Het is visueel de meest extravagante film ooit gemaakt (van CGI was nog lang geen sprake en je moet het zien om het te geloven) waarbij elk beeld een magische schoonheid bevat die zelden geevenaard is, het verhaal dieper gaat dan de meeste peperdure jaren 80 produkties en een soundtrack (Vangelis' beste) ten gehore brengt die al jaren één van mijn favorieten is.
Zoals we ondertussen allemaal wel weten zijn er maar liefst 7 (!) versies van "Blade Runner" in omloop, en hoewel de meeste gelijkaardig zijn (mits enkele kleine aanpassingen) bespreek ik hier de final cut, een versie zonder de verguisde voice over uit de eerste bioscoopversie (welke ondanks het hoge film noir gehalte volledig overbodig en op momenten zelfs storend was) en zonder het misplaatste happy end. Ditmaal dus de ultieme versie waarin de idee dat Deckard (Harrison Ford) zelf een replica is alleen maar wordt versterkt door het toevoegen van een droom-scene (de eenhoorn) en het weglaten van de eind goed al goed conclusie, wat de film enkel ten goede komt.
Er valt zoveel te zeggen over "Blade Runner". Van de visuele pracht tot de diepgaande filosofische beschouwingen, elk facet van deze produktie blinkt uit in meesterschap. De acteerprestaties zijn, ondanks de grauwe sfeer op de set (Ford nam Scott kwalijk meer bezig te zijn met licht -en rookeffecten dan met zijn acteurs) geweldig, met als uitschieter de hollandse ubermensch Rutger Hauer, die zijn beste vertolking neerzet als de leider van het groepje ontsnapte replica's. De weinige maar effectieve actie-scenes zijn prachtig in beeld gezet, ondersteund door een hyperromantische score, de dialogen zijn van een (in het sci-fi genre) ongekend hoog niveau (de eindmonoloog van Roy Batty) en de decors zijn pure kunst.
Bij zijn oorspronkelijke release was "Blade Runner" een flop, omdat het publiek (nog steeds in volle Star wars modus) zich verwachtte aan een futuristisch actievehikel, maar zich tevreden moest stellen met een betekenisvolle, traag opbouwende toekomstvisie. Het was pas in 1991, bij het uitbrengen van de director's cut (met droom-scene, maar ook met happy end) dat de film een tweede kans kreeg. Sindsdien wordt hij beschouwt als een onvervalste klassieker, die tot op de dag van vandaag zijn stempel heeft gedrukt op films in het algemeen en science fiction in het bijzonder. Magistraal.
maandag 24 september 2012
INVASION OF THE BODYSNATCHERS (1978)
***1/2
Niet zozeer een remake van de jaren 50 klassieker, maar eerder een herinterpretatie van hetzelfde verhaal met als grote verschil dat de invasie zich ditmaal afspeelt in grootstad San Francisco in plaats van een klein amerikaans gehucht. Die verandering van setting geeft de film een serieuzere en meer donkere toon en wordt de grootstedelijke anonimiteit een perfect uitgangspunt voor vervreemding en paranoia, waarbij mensen niet meer zijn wie ze lijken en het individueel denken als bedreiging wordt aanzien.
De film opent met een prachtige, sfeervolle generiek waarin een buitenaardse levensvorm doorheen het heelal zweeft richting aarde om vervolgens door middel van regendruppels de natuurlijke vegetatie aan te tasten en uit te groeien tot een vreemd uitziend plantaardig gewas met als doel het dupliceren en elimineren van de totale wereldbevolking. Hoe dit in zijn werk gaat, laat ik aan de kijker over, maar er kan gezegd worden dat de uitwerking ervan een reeks krachtige, bizar realistische beelden oplevert die tegelijk mooi en walgelijk zijn.
Het is een ongeloofelijk knap geschreven en hallucinante film die het uitgemolken idee van de buitenaardse invasie in een nieuw daglicht stelt en hierbij al de mogelijke clichés (van lasers tot monsters) achterwege laat. De film handelt vooral rond de gedragingen van de dubbelgangers en het ontstaan van een maatschappij waarin het individu wordt verworpen en het kuddegedrag primeert. Men kan dit zien als een allorgie voor de eenheidsworst, maar het is voornamelijk een straffe, in paranoia gedrenkte thriller (geen horror!) die je laat nadenken en tegelijk ook entertaint. Aanschouw de epiloog en huiver. Donald Sutherland en Brooke Adams zijn erg goed in hun rol van protagonist en Jeff Goldblum en Leonard Nimoy (Spock) geven aan wat bijpersonages zijn een behoorlijke diepgang. Regisseur Philip Kaufman ("The right stuff", "Unbearable lightness of being") geeft de film een behoorlijke donkere look mee, die soms zelfs zo donker is dat je amper ziet wat er gebeurt. Dit is een kleine kritiek op een voor de rest fantastische jaren 70 thriller vol waanzinnige momenten (die hond met het mensenhoofd!) die je nekharen overeind zet en zich gemakkelijk plaatst naast het beste dat de seventies had te bieden.
Niet zozeer een remake van de jaren 50 klassieker, maar eerder een herinterpretatie van hetzelfde verhaal met als grote verschil dat de invasie zich ditmaal afspeelt in grootstad San Francisco in plaats van een klein amerikaans gehucht. Die verandering van setting geeft de film een serieuzere en meer donkere toon en wordt de grootstedelijke anonimiteit een perfect uitgangspunt voor vervreemding en paranoia, waarbij mensen niet meer zijn wie ze lijken en het individueel denken als bedreiging wordt aanzien.
De film opent met een prachtige, sfeervolle generiek waarin een buitenaardse levensvorm doorheen het heelal zweeft richting aarde om vervolgens door middel van regendruppels de natuurlijke vegetatie aan te tasten en uit te groeien tot een vreemd uitziend plantaardig gewas met als doel het dupliceren en elimineren van de totale wereldbevolking. Hoe dit in zijn werk gaat, laat ik aan de kijker over, maar er kan gezegd worden dat de uitwerking ervan een reeks krachtige, bizar realistische beelden oplevert die tegelijk mooi en walgelijk zijn.
Het is een ongeloofelijk knap geschreven en hallucinante film die het uitgemolken idee van de buitenaardse invasie in een nieuw daglicht stelt en hierbij al de mogelijke clichés (van lasers tot monsters) achterwege laat. De film handelt vooral rond de gedragingen van de dubbelgangers en het ontstaan van een maatschappij waarin het individu wordt verworpen en het kuddegedrag primeert. Men kan dit zien als een allorgie voor de eenheidsworst, maar het is voornamelijk een straffe, in paranoia gedrenkte thriller (geen horror!) die je laat nadenken en tegelijk ook entertaint. Aanschouw de epiloog en huiver. Donald Sutherland en Brooke Adams zijn erg goed in hun rol van protagonist en Jeff Goldblum en Leonard Nimoy (Spock) geven aan wat bijpersonages zijn een behoorlijke diepgang. Regisseur Philip Kaufman ("The right stuff", "Unbearable lightness of being") geeft de film een behoorlijke donkere look mee, die soms zelfs zo donker is dat je amper ziet wat er gebeurt. Dit is een kleine kritiek op een voor de rest fantastische jaren 70 thriller vol waanzinnige momenten (die hond met het mensenhoofd!) die je nekharen overeind zet en zich gemakkelijk plaatst naast het beste dat de seventies had te bieden.
dinsdag 18 september 2012
THE AVENGERS (2012)
***
"The Avengers" is een luidruchtig, bombastisch spektakel van epische proporties. Het is de film die enkele van de bekendste Marvel superhelden bundelt en ze laten strijden tegen gezamelijke vijand Loki, de gevallen God uit Asgard. We hebben naast haantje-de-voorste Ironman ook nog Thor, Captain America, Black Widow, Hawkeye, Nick Fury en natuurlijk onze jolly green giant de Hulk om het Avengers-team te versterken. Regisseur van dienst is Joss Whedon, een fanboy die ons reeds verblijdde met populaire series als "Buffy the vampire slayer" en het iets minder populaire, maar daarom niet minder sterke Firefly/Serenity.
Over het verhaal zelf ga ik niet verder uitwijden, daar het aan de nogal zwakke kant is en eigenlijk irrelevant. De hoofdzaak is de interactie tussen de verschillende superhelden en het is daar waar de film scoort. Net als sommige mensen in de realiteit zijn de helden hier gezegend met een buitenproportioneel ego, wat zorgt voor de gebruikelijke botsingen, waarbij de ene de andere uitdaagt en er evenveel strubbelingen onstaan tussen de teamleden zelf als tussen hen en de ogenschijnlijk onoverwinnelijke vijand.
Het mag gezegd zijn dat, ondanks de vele personages en plotlijnen, Joss Whedon het mooi overzichtelijk houdt en elk personage min of meer gelijke aandacht geeft.
De film zit vol met Whedon's gebruikelijke pop-referenties en relativerende humor, bevat evenveel actie als een transformer-film (alleen veel beter geregisseerd) en is tegelijk ontspannend en indrukwekkend. Het ultieme laatste gevecht sleept misschien wat lang aan, maar wordt nooit echt saai of overdone, in tegenstelling tot elke bombastische actiescene in een Michael Bay produktie. In de toekomst zullen superheld-verfilmingen sterk uit de hoek moeten komen om aan episch gehalte van deze blockbuster te kunnen tippen en zullen fans van het genre niet meer voldaan zijn met één enkele verhaallijn, wat in het nadeel zal spelen voor de toekomstige vervolgfilms (Iron man 3, thor 2, Captain America 2, Hulk 2) van elk van de Marvelhelden. Maar niet getreurd, "The Avengers" biedt genoeg actie en avontuur om zeker meer dan éénmaal bekeken te worden (wat bij vele fans ongetwijfeld zal gebeuren) en is daarmee is van de betere comicbookverfilmingen van de laatste jaren en aangezien er zowiezo een tweede deel komt (blijf na de aftiteling verder kijken en zie twee(!) extra scenes) kunnen we ons verwachten aan nog meer superheldenbombast, wat in dank zal worden afgenomen.
Na de donkere, ietwat pompeuze Batmanfilms van Christopher Nolan, is "The avengers" een welgekomen verademing die de luchtige toon doordrijft, zonder in de val van de parodie te trappen en de meeste comicbook -en actiefans onder ons zal kunnen bekoren.
"The Avengers" is een luidruchtig, bombastisch spektakel van epische proporties. Het is de film die enkele van de bekendste Marvel superhelden bundelt en ze laten strijden tegen gezamelijke vijand Loki, de gevallen God uit Asgard. We hebben naast haantje-de-voorste Ironman ook nog Thor, Captain America, Black Widow, Hawkeye, Nick Fury en natuurlijk onze jolly green giant de Hulk om het Avengers-team te versterken. Regisseur van dienst is Joss Whedon, een fanboy die ons reeds verblijdde met populaire series als "Buffy the vampire slayer" en het iets minder populaire, maar daarom niet minder sterke Firefly/Serenity.
Over het verhaal zelf ga ik niet verder uitwijden, daar het aan de nogal zwakke kant is en eigenlijk irrelevant. De hoofdzaak is de interactie tussen de verschillende superhelden en het is daar waar de film scoort. Net als sommige mensen in de realiteit zijn de helden hier gezegend met een buitenproportioneel ego, wat zorgt voor de gebruikelijke botsingen, waarbij de ene de andere uitdaagt en er evenveel strubbelingen onstaan tussen de teamleden zelf als tussen hen en de ogenschijnlijk onoverwinnelijke vijand.
Het mag gezegd zijn dat, ondanks de vele personages en plotlijnen, Joss Whedon het mooi overzichtelijk houdt en elk personage min of meer gelijke aandacht geeft.
De film zit vol met Whedon's gebruikelijke pop-referenties en relativerende humor, bevat evenveel actie als een transformer-film (alleen veel beter geregisseerd) en is tegelijk ontspannend en indrukwekkend. Het ultieme laatste gevecht sleept misschien wat lang aan, maar wordt nooit echt saai of overdone, in tegenstelling tot elke bombastische actiescene in een Michael Bay produktie. In de toekomst zullen superheld-verfilmingen sterk uit de hoek moeten komen om aan episch gehalte van deze blockbuster te kunnen tippen en zullen fans van het genre niet meer voldaan zijn met één enkele verhaallijn, wat in het nadeel zal spelen voor de toekomstige vervolgfilms (Iron man 3, thor 2, Captain America 2, Hulk 2) van elk van de Marvelhelden. Maar niet getreurd, "The Avengers" biedt genoeg actie en avontuur om zeker meer dan éénmaal bekeken te worden (wat bij vele fans ongetwijfeld zal gebeuren) en is daarmee is van de betere comicbookverfilmingen van de laatste jaren en aangezien er zowiezo een tweede deel komt (blijf na de aftiteling verder kijken en zie twee(!) extra scenes) kunnen we ons verwachten aan nog meer superheldenbombast, wat in dank zal worden afgenomen.
Na de donkere, ietwat pompeuze Batmanfilms van Christopher Nolan, is "The avengers" een welgekomen verademing die de luchtige toon doordrijft, zonder in de val van de parodie te trappen en de meeste comicbook -en actiefans onder ons zal kunnen bekoren.
vrijdag 14 september 2012
FRIDAY THE 13th SERIE
Af en toe zal ik in plaats van één film een volledige reeks (of trilogie) bespreken. En welke beter om mee te starten dan de overdadige Friday the 13th serie.
Al vanaf de allereerste uit 1980 tot de allerlaatste (de reboot) uit 2009, beide gewoonweg "friday the 13th" genaamd, is er geen enkele van de 12 films in geslaagd echt goed te zijn en eerlijker wijs zelfs niet behoorlijk. Waarom dan toch de moeite doen om de eerste 11 te bespreken ? Omdat ze ergens wel iets hebben, hoe dom ze ook zijn en omdat guilty pleasures het verdienen aandacht te krijgen. Ik heb ze ondertussen allemaal al meerdere keren gezien en ik kan moeilijk beweren dat ik me niet geamuseerd heb. Er zitten matige stinkers tussen en de beste is nog altijd maar zus en zo maar het plezier ze te bespreken ga ik mezelf niet ontnemen.
Bij elk van de films geef ik ook de beste scene (lees : beste moord) mee omdat, hoe vreemd het ook klinkt, dit uiteindelijk de essentie is van dit soort films (zij die kijken voor een goed verhaal en dito plot komen bedrogen uit) en ook de enige rechtvaardige reden om er naar te kijken.
SPOILER ALARM!!!!
FRIDAY THE 13th (1980) **
De eerste "Friday the 13th" film wordt in sommige kringen beschouwt als de moeder van de slasherfilms en hoewel dit niet helemaal terecht is ("Halloween" uit 1978 krijgt van mij die eer), kan men moeilijk ontkennen dat de film de blauwdruk leverde voor het slashergenre. We hebben de obligate geile tieners, de afgelegen plek (Crystal Lake), de domme dialogen, de nog dommere plotwendingen en natuurlijk de onverwoestbare moordenaar, in dit geval de overberoemde Jason Voorhees. Of toch niet?
Dit is de enige friday the 13th film waarin geen Jason te bespeuren valt, want zoals we allemaal wel weten uit "Scream" is het zijn moeder die de jongeren één voor één letterlijk in de pan hakt en komt de jonge mismaakte Jason enkel in dromerige epiloog aan bod. Dit is meteen ook de beste scene uit de film, duidelijk gebaseerd op het einde van "Carrie (1976)".
Voor de rest een genietbare, hetzij nogal simpele en matig gemaakte horrorfilm met een jonge Kevin Bacon als één van de hitsige kampleiders, veel lijken die uit kasten vallen en geen logica. Maar wel de perfecte start voor een leuke rit doorheen de langst levende slasher reeks ooit gemaakt.
BESTE SCENE : de epiloog.
FRIDAY THE 13th part2 (1981) **1/2
De eerste in de reeks met Jason als boeman van dienst en een betere film (slasher wel te verstaan) dan zijn voorganger. Daar waar de eerste plotgewijs langs alle kanten rammelde is dit deel meer gefocust en wind regisseur Steve Miner (de man achter Ally Mcbeal!) er geen doekjes rond dat de hoofdzaak van dit soort films de slachtpartijen zijn en de inventiviteit waarmee ze in beeld worden gebracht. Alsook durft de film het aan om de enige overlevende uit het vorige deel al in de eerste scene af te maken, ookal heeft dit geen enkel nut en is het verrevan logisch (sinds wanneer begeeft Jason zich onder de mensen, ver weg van Crystal Lake?).
We krijgen juist hetzelfde verhaal opgevoert als in de eerste film met als enige verandering de identiteit van de moordenaar. Jason draagt in dit deel een soort jutte zak met één kijkgat over zijn hoofd en hoewel dit niet hetzelfde iconisch gehalte heeft als het befaamde hockey masker is het toch een pak angstaanjagender dan zijn moeder uit deel 1 (die eerder lachwekkend was). We zitten terug opgescheept met een bende door hormonen geteisterde pubers en vooraleer er iemand nog maar "boe" kan roepen worden ze al duchtig aan Jason's geliefde machete gespietst. Het dodental ligt ongeveer even hoog als deel 1 en de eindscene is bijna identiek. Het is een matige maar wel vrij effectieve horrorfilm, die brutaler, sneller en meer to the point is dan de vorige.
BESTE SCENE : Jason en de rolstoelpatient (!)
FRIDAY THE 13th part 3-D (1982) *1/2
U leest het goed. Dit deel werdt in 3D uitgebracht en was een gigantisch succes. Het is tevens één van de minste uit de reeks, desondanks de (veel te nadrukkelijke) visuele effecten, het hoge dodental en de introductie van het beruchte hockeymasker. Deel 3 is camp, maar dan in slechte zin van het woord. De goedkope 3D effecten zijn zelfs te zien in 2D, met allerlei dingen die op de kijker afkomen zoals jojo's, harpoenpijlen en zelfs foute sigaretten, een visueel trukje dat heel de film lang gebruikt wordt en al na twee keer begint te vervelen. De personages zijn saai en de acteerprestaties navenant, de spanning en sfeer ontbreken en Jason is maar half zo dreigend als hij zou kunnen zijn. Het lijkt, en waarschijnlijk is, een snel in mekaar gebokste cash in die teert op het succes en de hype van 3D maar faalt als slasherfilm en het niet verdient tussen de betere van de reeks te staan.
BESTE SCENE : De oogbal, die recht op de kijker wordt afgevuurd, onnozel maar geestig.
FRIDAY THE 13th : The final chapter (1984) ***
Het hoogtepunt in de reeks. Het verhaal is nog steeds hetzelfde, maar ditmaal met kleurijke(re) personages, veel brutaal geweld en een dosis gezonde zwarte humor. De campy toon van deel 3 wordt sterk afgezwakt (maar nog steeds voelbaar), wat de film grimmiger en soms zelfs shockerend maakt (het einde waarin de kleine Tommy Jarvis Jason misleidt en in stukken hakt terwijl hij als een bezetene "DIE! DIE! DIE! roept is één van de hardere scenes uit de reeks).
Het was tevens de debuutfilm voor twee rasechte jaren tachtig iconen, met name de onnavolgbare en mysterieuze Crispin Glover ("Back to the future", "River's edge") en de irritante lelijkaard Corey Feldman ("Gremlins", "The Goonies", "The lost boys"), welke beide een relatief sterke acteerprestatie neerzetten (aanschouw het dansje van Glover en lach uzelf een kriek) en daarmee het niveau van de film omhoog tillen. Jason is dit keer wel angstaanjagend en de slachtpartijen een pak inventiever (lees : meer gore), het hockeymasker is een vaste waarde en de slachtoffers zijn eindelijk van vlees en bloed.
Het was oorspronkelijk wel degelijk de bedoeling om de serie met dit deel te laten eindigen, maar tegen alle verwachtingen in werd het een hit en konden de makers hun serie verder blijven uitmelken... En dat is precies wat ze deden. Zie deel 5 voor meer uitleg.
BESTE SCENE : De ontsnapping van Jason uit het mortuarium, waarbij hij een ijzerzaag hanteert op een wel heel bijzondere wijze.
FRIDAY THE 13th part 5 : A new beginning (1985) *1/2
"A new beginning" is de eerste film waarin Jason officieel doodverklaard is en daar maken de schrijvers gretig gebruik van. Deel 5 is één grote grap, met als pointe dat er ditmaal gewoon geen Jason is, maar wel een copycat killer die jongeren uit een psychiatrische instelling één voor één de dood in jaagt en het uiteindelijk gemunt heeft op Tommy Jarvis, het nu volwassen jongetje uit "The final chapter". Er wordt gespeeld met het idee dat Tommy de Jason van dienst is, maar dit is pover uitgewerkt en wordt uiteindelijk gewoon verworpen door de ridicule plottwist helemaal op het eind van de film. Wie de moordenaar is zal ik niet verklappen, maar ik betwijfel of er iemand verrast zal zijn, ongeacht of men het nu weet of niet.
Het dodental van deze film ligt het hoogst, maar de scenes missen punch en lijken wel van al het lekkers ontdaan, de acteurs zijn verschrikkelijk irritant, de toon wisselvallig en het verhaal ontbreekt volledig.
Eén van de mindere uit de bende.
BESTE SCENE : de hakbijlmoord.
FRIDAY THE 13th part 6 : Jason lives! (1986) **1/2
Eén van de leukere films uit de serie en het debuut van zombie Jason. Ditmaal een iets beter scenario, waarbij Tommy Jarvis beschuldigt wordt van moord op verschillende jongeren, terwijl onze geliefde maniak rustig aan zijn weg door het leven hakt. Origineel is het allesbehalve (het doet een beetje denken aan de eerste "A nightmare on Elmstreet"-film, waarin een gelijkaardige situatie veel beter werdt uitgewerkt) en intelligent al zeker niet, maar iemand die zulke verwachtingen heeft is naar de verkeerde film aan het kijken. We krijgen ditmaal een zomerkamp in Camp Crystal Lake waar voor de eerste keer (!) in de reeks effectief kinderen rondlopen, we hebben de obligate geile kampleiders en natuurlijk een love intrest voor Tommy (welke zijn onschuld geloofd terwijl haar vader/sheriff van dienst allesbehalve te overtuigen is, wat zorgt voor een iets interessantere plot). Het geweld is miniem maar de moorden inventief, de humor is zwak maar niet storend en de acteerprestaties zijn relatief goed. Het is de laatste film in de franchise die Tommy Jarvis opvoert als protagonist.
BESTE SCENE : de simultane onthoofding van drie paintball-spelers.
FRIDAY THE 13th part 7 : The new blood (1987) **
Of onder fanboys ook wel Jason vs. Carrie genoemd. Jason krijgt af te rekenen met een van telekinetische gave voorziene dame die bijzonder goed haar mannetje weet te staan tegenover de gemaskerde boeman en zichzelf katapulteert tot krachtigste tegenstander uit de hele reeks.
Debuut voor Kane Hodder, de man die vier maal in de huid van Jason kroop en algemeen beschouwt word als de betere "acteur" van dienst. Hodder geeft Jason meer dreiging en presence, is fysiek imponerend en geeft enkel door zijn pose meer karakter aan de schurk dan zijn voorgangers. Het geweld is een beetje afgezwakt en de plottwist op het eind van de film is te belachelijk voor woorden, maar dit deel bevat veruit de beste special effects, is soms zelfs spannend en dus al bij al een waardig deel in de serie.
BESTE SCENE : Het einde, wanneer het ware gelaat van Jason wordt getoond, is een staaltje van meesterlijke make-up.
FRIDAY THE 13th part 8 : Jason takes Manhattan (1988) *1/2
Of Jason neemt de boot (die vertrekt vanuit Crystal Lake!) richting New York om dan in de laatste 10 minuten (!) aan wal te gaan en Manhattan onveilig te maken. Voor de rest bijzonder flauwe film.
Betere (en eerlijkere) titel : Jason takes a boat.
BESTE SCENE : Jason op Time Square.
JASON GOES TO HELL (1989) *
Een poging om de franchise tot mytische proporties op te blazen. Jason is ditmaal geen doorgedraaide maniak maar een slijmerige alien-achtige worm die als een parasiet van de ene gastheer naar de andere switcht, slachtoffers maakt en een eeuwenoud kwaad blijkt te zijn. Foutste film uit de serie en hoewel niet echt slecht gemaakt, volledig overbodig en de naam Jason niet waardig.
BESTE SCENE : Het laatste beeld waarin het masker van Jason in de hel wordt getrokken door... de hand van Freddy Kruger. Helaas werd deze combinatie een sof van jewelste (zie Freddy vs. Jason)
JASON X (2001) *1/2
Grappige maar foute science-fiction versie van een Friday the 13th film. Dit deel bevat een paar van de betere slashermomenten (dat bevroren gezicht!) van de reeks maar slaagt de bal volledig mis op het gebied van sfeer, structuur en stijl. Het is een lelijke film zonder coherente visie die niet goed weet wat te zijn. Enerzijds camp, anderzijds een serieus sci-fi avontuur. Gastrol voor David Cronenbergh ("Videodrome", "The fly") en een uit zijn voegen gebarsten uber-Jason, die werkelijk alle verbeelding tart en er gewoon onnozel uitziet. Bevat een paar grotesk grappige momenten met als hoogtepunt een ode aan de slaapzak-moord uit "The new blood", ditmaal voorzien van twee babes en geen boom(!).
BESTE SCENE : de slaapzak.
FREDDY VS. JASON (2003) *
Niet de gehoopte clash der horroriconen die het had moeten zijn , maar een in MTV-stijl gefilmde mislukking die eerder thuishoort in het rijtje van de "Scream"-klonen "I know what you did last summer" en zijn vervolgen dan in franchises van zijn hoofdpersonages. Waardeloos.
BESTE SCENE : de aftiteling.
Al vanaf de allereerste uit 1980 tot de allerlaatste (de reboot) uit 2009, beide gewoonweg "friday the 13th" genaamd, is er geen enkele van de 12 films in geslaagd echt goed te zijn en eerlijker wijs zelfs niet behoorlijk. Waarom dan toch de moeite doen om de eerste 11 te bespreken ? Omdat ze ergens wel iets hebben, hoe dom ze ook zijn en omdat guilty pleasures het verdienen aandacht te krijgen. Ik heb ze ondertussen allemaal al meerdere keren gezien en ik kan moeilijk beweren dat ik me niet geamuseerd heb. Er zitten matige stinkers tussen en de beste is nog altijd maar zus en zo maar het plezier ze te bespreken ga ik mezelf niet ontnemen.
Bij elk van de films geef ik ook de beste scene (lees : beste moord) mee omdat, hoe vreemd het ook klinkt, dit uiteindelijk de essentie is van dit soort films (zij die kijken voor een goed verhaal en dito plot komen bedrogen uit) en ook de enige rechtvaardige reden om er naar te kijken.
SPOILER ALARM!!!!
FRIDAY THE 13th (1980) **
De eerste "Friday the 13th" film wordt in sommige kringen beschouwt als de moeder van de slasherfilms en hoewel dit niet helemaal terecht is ("Halloween" uit 1978 krijgt van mij die eer), kan men moeilijk ontkennen dat de film de blauwdruk leverde voor het slashergenre. We hebben de obligate geile tieners, de afgelegen plek (Crystal Lake), de domme dialogen, de nog dommere plotwendingen en natuurlijk de onverwoestbare moordenaar, in dit geval de overberoemde Jason Voorhees. Of toch niet?
Dit is de enige friday the 13th film waarin geen Jason te bespeuren valt, want zoals we allemaal wel weten uit "Scream" is het zijn moeder die de jongeren één voor één letterlijk in de pan hakt en komt de jonge mismaakte Jason enkel in dromerige epiloog aan bod. Dit is meteen ook de beste scene uit de film, duidelijk gebaseerd op het einde van "Carrie (1976)".
Voor de rest een genietbare, hetzij nogal simpele en matig gemaakte horrorfilm met een jonge Kevin Bacon als één van de hitsige kampleiders, veel lijken die uit kasten vallen en geen logica. Maar wel de perfecte start voor een leuke rit doorheen de langst levende slasher reeks ooit gemaakt.
BESTE SCENE : de epiloog.
FRIDAY THE 13th part2 (1981) **1/2
De eerste in de reeks met Jason als boeman van dienst en een betere film (slasher wel te verstaan) dan zijn voorganger. Daar waar de eerste plotgewijs langs alle kanten rammelde is dit deel meer gefocust en wind regisseur Steve Miner (de man achter Ally Mcbeal!) er geen doekjes rond dat de hoofdzaak van dit soort films de slachtpartijen zijn en de inventiviteit waarmee ze in beeld worden gebracht. Alsook durft de film het aan om de enige overlevende uit het vorige deel al in de eerste scene af te maken, ookal heeft dit geen enkel nut en is het verrevan logisch (sinds wanneer begeeft Jason zich onder de mensen, ver weg van Crystal Lake?).
We krijgen juist hetzelfde verhaal opgevoert als in de eerste film met als enige verandering de identiteit van de moordenaar. Jason draagt in dit deel een soort jutte zak met één kijkgat over zijn hoofd en hoewel dit niet hetzelfde iconisch gehalte heeft als het befaamde hockey masker is het toch een pak angstaanjagender dan zijn moeder uit deel 1 (die eerder lachwekkend was). We zitten terug opgescheept met een bende door hormonen geteisterde pubers en vooraleer er iemand nog maar "boe" kan roepen worden ze al duchtig aan Jason's geliefde machete gespietst. Het dodental ligt ongeveer even hoog als deel 1 en de eindscene is bijna identiek. Het is een matige maar wel vrij effectieve horrorfilm, die brutaler, sneller en meer to the point is dan de vorige.
BESTE SCENE : Jason en de rolstoelpatient (!)
FRIDAY THE 13th part 3-D (1982) *1/2
U leest het goed. Dit deel werdt in 3D uitgebracht en was een gigantisch succes. Het is tevens één van de minste uit de reeks, desondanks de (veel te nadrukkelijke) visuele effecten, het hoge dodental en de introductie van het beruchte hockeymasker. Deel 3 is camp, maar dan in slechte zin van het woord. De goedkope 3D effecten zijn zelfs te zien in 2D, met allerlei dingen die op de kijker afkomen zoals jojo's, harpoenpijlen en zelfs foute sigaretten, een visueel trukje dat heel de film lang gebruikt wordt en al na twee keer begint te vervelen. De personages zijn saai en de acteerprestaties navenant, de spanning en sfeer ontbreken en Jason is maar half zo dreigend als hij zou kunnen zijn. Het lijkt, en waarschijnlijk is, een snel in mekaar gebokste cash in die teert op het succes en de hype van 3D maar faalt als slasherfilm en het niet verdient tussen de betere van de reeks te staan.
BESTE SCENE : De oogbal, die recht op de kijker wordt afgevuurd, onnozel maar geestig.
FRIDAY THE 13th : The final chapter (1984) ***
Het hoogtepunt in de reeks. Het verhaal is nog steeds hetzelfde, maar ditmaal met kleurijke(re) personages, veel brutaal geweld en een dosis gezonde zwarte humor. De campy toon van deel 3 wordt sterk afgezwakt (maar nog steeds voelbaar), wat de film grimmiger en soms zelfs shockerend maakt (het einde waarin de kleine Tommy Jarvis Jason misleidt en in stukken hakt terwijl hij als een bezetene "DIE! DIE! DIE! roept is één van de hardere scenes uit de reeks).
Het was tevens de debuutfilm voor twee rasechte jaren tachtig iconen, met name de onnavolgbare en mysterieuze Crispin Glover ("Back to the future", "River's edge") en de irritante lelijkaard Corey Feldman ("Gremlins", "The Goonies", "The lost boys"), welke beide een relatief sterke acteerprestatie neerzetten (aanschouw het dansje van Glover en lach uzelf een kriek) en daarmee het niveau van de film omhoog tillen. Jason is dit keer wel angstaanjagend en de slachtpartijen een pak inventiever (lees : meer gore), het hockeymasker is een vaste waarde en de slachtoffers zijn eindelijk van vlees en bloed.
Het was oorspronkelijk wel degelijk de bedoeling om de serie met dit deel te laten eindigen, maar tegen alle verwachtingen in werd het een hit en konden de makers hun serie verder blijven uitmelken... En dat is precies wat ze deden. Zie deel 5 voor meer uitleg.
BESTE SCENE : De ontsnapping van Jason uit het mortuarium, waarbij hij een ijzerzaag hanteert op een wel heel bijzondere wijze.
FRIDAY THE 13th part 5 : A new beginning (1985) *1/2
"A new beginning" is de eerste film waarin Jason officieel doodverklaard is en daar maken de schrijvers gretig gebruik van. Deel 5 is één grote grap, met als pointe dat er ditmaal gewoon geen Jason is, maar wel een copycat killer die jongeren uit een psychiatrische instelling één voor één de dood in jaagt en het uiteindelijk gemunt heeft op Tommy Jarvis, het nu volwassen jongetje uit "The final chapter". Er wordt gespeeld met het idee dat Tommy de Jason van dienst is, maar dit is pover uitgewerkt en wordt uiteindelijk gewoon verworpen door de ridicule plottwist helemaal op het eind van de film. Wie de moordenaar is zal ik niet verklappen, maar ik betwijfel of er iemand verrast zal zijn, ongeacht of men het nu weet of niet.
Het dodental van deze film ligt het hoogst, maar de scenes missen punch en lijken wel van al het lekkers ontdaan, de acteurs zijn verschrikkelijk irritant, de toon wisselvallig en het verhaal ontbreekt volledig.
Eén van de mindere uit de bende.
BESTE SCENE : de hakbijlmoord.
FRIDAY THE 13th part 6 : Jason lives! (1986) **1/2
Eén van de leukere films uit de serie en het debuut van zombie Jason. Ditmaal een iets beter scenario, waarbij Tommy Jarvis beschuldigt wordt van moord op verschillende jongeren, terwijl onze geliefde maniak rustig aan zijn weg door het leven hakt. Origineel is het allesbehalve (het doet een beetje denken aan de eerste "A nightmare on Elmstreet"-film, waarin een gelijkaardige situatie veel beter werdt uitgewerkt) en intelligent al zeker niet, maar iemand die zulke verwachtingen heeft is naar de verkeerde film aan het kijken. We krijgen ditmaal een zomerkamp in Camp Crystal Lake waar voor de eerste keer (!) in de reeks effectief kinderen rondlopen, we hebben de obligate geile kampleiders en natuurlijk een love intrest voor Tommy (welke zijn onschuld geloofd terwijl haar vader/sheriff van dienst allesbehalve te overtuigen is, wat zorgt voor een iets interessantere plot). Het geweld is miniem maar de moorden inventief, de humor is zwak maar niet storend en de acteerprestaties zijn relatief goed. Het is de laatste film in de franchise die Tommy Jarvis opvoert als protagonist.
BESTE SCENE : de simultane onthoofding van drie paintball-spelers.
FRIDAY THE 13th part 7 : The new blood (1987) **
Of onder fanboys ook wel Jason vs. Carrie genoemd. Jason krijgt af te rekenen met een van telekinetische gave voorziene dame die bijzonder goed haar mannetje weet te staan tegenover de gemaskerde boeman en zichzelf katapulteert tot krachtigste tegenstander uit de hele reeks.
Debuut voor Kane Hodder, de man die vier maal in de huid van Jason kroop en algemeen beschouwt word als de betere "acteur" van dienst. Hodder geeft Jason meer dreiging en presence, is fysiek imponerend en geeft enkel door zijn pose meer karakter aan de schurk dan zijn voorgangers. Het geweld is een beetje afgezwakt en de plottwist op het eind van de film is te belachelijk voor woorden, maar dit deel bevat veruit de beste special effects, is soms zelfs spannend en dus al bij al een waardig deel in de serie.
BESTE SCENE : Het einde, wanneer het ware gelaat van Jason wordt getoond, is een staaltje van meesterlijke make-up.
FRIDAY THE 13th part 8 : Jason takes Manhattan (1988) *1/2
Of Jason neemt de boot (die vertrekt vanuit Crystal Lake!) richting New York om dan in de laatste 10 minuten (!) aan wal te gaan en Manhattan onveilig te maken. Voor de rest bijzonder flauwe film.
Betere (en eerlijkere) titel : Jason takes a boat.
BESTE SCENE : Jason op Time Square.
JASON GOES TO HELL (1989) *
Een poging om de franchise tot mytische proporties op te blazen. Jason is ditmaal geen doorgedraaide maniak maar een slijmerige alien-achtige worm die als een parasiet van de ene gastheer naar de andere switcht, slachtoffers maakt en een eeuwenoud kwaad blijkt te zijn. Foutste film uit de serie en hoewel niet echt slecht gemaakt, volledig overbodig en de naam Jason niet waardig.
BESTE SCENE : Het laatste beeld waarin het masker van Jason in de hel wordt getrokken door... de hand van Freddy Kruger. Helaas werd deze combinatie een sof van jewelste (zie Freddy vs. Jason)
JASON X (2001) *1/2
Grappige maar foute science-fiction versie van een Friday the 13th film. Dit deel bevat een paar van de betere slashermomenten (dat bevroren gezicht!) van de reeks maar slaagt de bal volledig mis op het gebied van sfeer, structuur en stijl. Het is een lelijke film zonder coherente visie die niet goed weet wat te zijn. Enerzijds camp, anderzijds een serieus sci-fi avontuur. Gastrol voor David Cronenbergh ("Videodrome", "The fly") en een uit zijn voegen gebarsten uber-Jason, die werkelijk alle verbeelding tart en er gewoon onnozel uitziet. Bevat een paar grotesk grappige momenten met als hoogtepunt een ode aan de slaapzak-moord uit "The new blood", ditmaal voorzien van twee babes en geen boom(!).
BESTE SCENE : de slaapzak.
FREDDY VS. JASON (2003) *
Niet de gehoopte clash der horroriconen die het had moeten zijn , maar een in MTV-stijl gefilmde mislukking die eerder thuishoort in het rijtje van de "Scream"-klonen "I know what you did last summer" en zijn vervolgen dan in franchises van zijn hoofdpersonages. Waardeloos.
BESTE SCENE : de aftiteling.
maandag 10 september 2012
CHRISTINE (1983)
**1/2
John Carpenter, regisseur van verschillende genreklassiekers ("Dark star", "Assault on precinct 13"), verfilmde griezelroman Christine van Stephen King in diens volle glorieperiode (In hetzelfde jaar kwamen nog er twee andere King verfilmingen in de zalen, "The dead zone" van David Cronenbergh en "Cujo"). Carpenter had net het razend spannende "The thing" (1982) gemaakt en was op de top van zijn kunnen. Deze combinatie van bestsellerschrijver en cultregisseur leek a match made in heaven, maar de film lost de hoge verwachtingen maar half in.
De ietwat verlegen tiener Arnie Cunningham (Keith Gordon) is het archetype nerd die zijn dagen doorbrengt onder het juk van zijn ouders, elke dag dezelfde pestkoppen trotseert en altijd een beetje in schaduw van zijn beste vriend staat. Wanneer hij na de eerste schooldag zijn oog laat vallen op een aftandse rode Plymouth Fury (bouwjaar '58) en beslist deze te kopen verandert zijn leven aanzienlijk. De helrode wagen, die een eigen leven lijkt te leiden en de naam Chistine draagt, heeft een bezwerend effect op Arnie en stilaan transformeert hij in een coole kerel die niks of niemand meer vreest. Algauw wordt Arnie de populairste kerel in de school en niet veel later zelfs het vriendje van het mooiste meisje uit de buurt. Zijn obsessie met Christine uit zich in een soort relatie-achtige verstandshouding waarbij de wagen zich gedraagt als een ziekelijk jaloers eega en elk individu dat tussen haar en Arnie komt, meedogenloos afstraft. Getuige hiervan is zijn eerste date met Leigh, welke in mineur afloopt. Wanneer Christine door enkele van Arnie's klasgenoten volledig tot schroot wordt herleid, begint de wagen eigenhandig elk van de daders één voor één te elimineren.
In tegenstelling tot de meeste Kingverfilmingen is "Christine" geen rechttoe rechtaan horrorfilm, maar eerder een traag opbouwende thriller die het meer moet hebben van sfeer en spanning dan van de gebruikelijke shockeffecten. Er vallen doden, maar het bloedvergieten is minimaal en hoewel Christine zelf een diabolische verschijning is die echt lijkt te leven, gaat er weinig dreiging van uit en heeft John Carpenter de moeilijke taak om dit gegeven anderhalf uur lang geloofwaardig te houden. Hij slaagt er toch in, mede dankzij enkele knappe speciale effecten, de wagen een eigen karakter mee te geven en Christine op te voeren als een volwaardig personage.
Het is op het vlak van karakterontwikkeling waar de film faalt, en dit uit zich ondermeer in de veel te snelle omschakeling van Arnie's gedrag, die over één nacht verandert van ubernerd naar koele kikker en zijn plotsklapse status van hunk (!?) (hij krijgt tenslotte de mooiste vrouw te pakken) daarbij volledig uitbuit. Er wordt weinig aandacht besteed aan de menselijke interacties en voornamelijk gefocust op de liefdesrelatie tussen Christine en haar eigenaar.
Waar de film wel scoort is in de scenes waarin Christine opereert als wraakengel voor de steeds agressiever wordende Arnie. Deze scenes bezitten een poetische kracht die de plausibiliteit van het verhaal alleen maar ten goede komt (het is en blijft tenslotte een ridicuul gegeven) en aantonen dat John Carpenter een meester is in het creeeren van claustrofobische spanning. Alsook is "Christine" een produkt van zijn tijd wat zich uit in de strakke kadrering, cheesy dialogen, het vele gevloek en een pulserende electronische soundtrack (wederom van John zelf).
"Christine" is allesbehalve een slechte film, maar overstijgt nauwelijks het pulphorrorgenre dat de jaren 80 domineerde en komende van John Carpenter is dit een spijtige zaak. Het zou tot "Prince of darkness" (1987) duren vooraleer den John nog eens een klein meesterwerk uit zijn mouw schudde en het werdt dan ook zijn laatste echt goede film (alhoewel "They live" (1988) er ook wel mag wezen).
09-09-2012
John Carpenter, regisseur van verschillende genreklassiekers ("Dark star", "Assault on precinct 13"), verfilmde griezelroman Christine van Stephen King in diens volle glorieperiode (In hetzelfde jaar kwamen nog er twee andere King verfilmingen in de zalen, "The dead zone" van David Cronenbergh en "Cujo"). Carpenter had net het razend spannende "The thing" (1982) gemaakt en was op de top van zijn kunnen. Deze combinatie van bestsellerschrijver en cultregisseur leek a match made in heaven, maar de film lost de hoge verwachtingen maar half in.
De ietwat verlegen tiener Arnie Cunningham (Keith Gordon) is het archetype nerd die zijn dagen doorbrengt onder het juk van zijn ouders, elke dag dezelfde pestkoppen trotseert en altijd een beetje in schaduw van zijn beste vriend staat. Wanneer hij na de eerste schooldag zijn oog laat vallen op een aftandse rode Plymouth Fury (bouwjaar '58) en beslist deze te kopen verandert zijn leven aanzienlijk. De helrode wagen, die een eigen leven lijkt te leiden en de naam Chistine draagt, heeft een bezwerend effect op Arnie en stilaan transformeert hij in een coole kerel die niks of niemand meer vreest. Algauw wordt Arnie de populairste kerel in de school en niet veel later zelfs het vriendje van het mooiste meisje uit de buurt. Zijn obsessie met Christine uit zich in een soort relatie-achtige verstandshouding waarbij de wagen zich gedraagt als een ziekelijk jaloers eega en elk individu dat tussen haar en Arnie komt, meedogenloos afstraft. Getuige hiervan is zijn eerste date met Leigh, welke in mineur afloopt. Wanneer Christine door enkele van Arnie's klasgenoten volledig tot schroot wordt herleid, begint de wagen eigenhandig elk van de daders één voor één te elimineren.
In tegenstelling tot de meeste Kingverfilmingen is "Christine" geen rechttoe rechtaan horrorfilm, maar eerder een traag opbouwende thriller die het meer moet hebben van sfeer en spanning dan van de gebruikelijke shockeffecten. Er vallen doden, maar het bloedvergieten is minimaal en hoewel Christine zelf een diabolische verschijning is die echt lijkt te leven, gaat er weinig dreiging van uit en heeft John Carpenter de moeilijke taak om dit gegeven anderhalf uur lang geloofwaardig te houden. Hij slaagt er toch in, mede dankzij enkele knappe speciale effecten, de wagen een eigen karakter mee te geven en Christine op te voeren als een volwaardig personage.
Het is op het vlak van karakterontwikkeling waar de film faalt, en dit uit zich ondermeer in de veel te snelle omschakeling van Arnie's gedrag, die over één nacht verandert van ubernerd naar koele kikker en zijn plotsklapse status van hunk (!?) (hij krijgt tenslotte de mooiste vrouw te pakken) daarbij volledig uitbuit. Er wordt weinig aandacht besteed aan de menselijke interacties en voornamelijk gefocust op de liefdesrelatie tussen Christine en haar eigenaar.
Waar de film wel scoort is in de scenes waarin Christine opereert als wraakengel voor de steeds agressiever wordende Arnie. Deze scenes bezitten een poetische kracht die de plausibiliteit van het verhaal alleen maar ten goede komt (het is en blijft tenslotte een ridicuul gegeven) en aantonen dat John Carpenter een meester is in het creeeren van claustrofobische spanning. Alsook is "Christine" een produkt van zijn tijd wat zich uit in de strakke kadrering, cheesy dialogen, het vele gevloek en een pulserende electronische soundtrack (wederom van John zelf).
"Christine" is allesbehalve een slechte film, maar overstijgt nauwelijks het pulphorrorgenre dat de jaren 80 domineerde en komende van John Carpenter is dit een spijtige zaak. Het zou tot "Prince of darkness" (1987) duren vooraleer den John nog eens een klein meesterwerk uit zijn mouw schudde en het werdt dan ook zijn laatste echt goede film (alhoewel "They live" (1988) er ook wel mag wezen).
09-09-2012
vrijdag 7 september 2012
THE TEXAS CHAINSAW MASSACRE (1974)
****
Gebaseerd op waargebeurde feiten (hetzij te nemen met serieuze korrels zout) vertelt "The Texas chainsaw massacre" het verhaal van 5 jongeren die in 1973 op mysterieuze wijze verdwenen.
Na het bezoeken van het graf van hun overleden grootouders beslissen de jongeren om een kijkje te nemen in het ouderlijk huis van hun familie. Onderweg pikken ze onheilspellende lifter op die zichzelf mutileert en doodsbedreigingen uit, vreemde rituelen uitvoert en zelf één van de jongeren fysiek aanvalt. Na hun aanvaring met dit illustere heerschap reist de bende, ondanks de talloze waarschuwingen van verschillende dorpbewoners (waaronder natuurlijk de rare man van het tankstation), door naar het vervallen huis waar enkele van hen hun jeugd doorbrachten.
Wanneer twee van hen de buurt verkennen op zoek naar een leuke plek om te zwemmen, komen ze terecht in de handen van een kannibalistische familie en wordt hun road trip een ware nachtmerrie.
Na de gouden jaren 60 kwamen er in begin jaren 70 een reeks compromisloze films uit waarin de hoofpersonages niet meer belaagd werden door uit de kluiten gewassen insecten en gemene buitenaardse wezen maar door andere, hetzij iets minder vriendelijke mensen die zonder enig motief geweld en doodslag hanteren als reactie op de normvervaging van die tijd (zie ook "Straw dogs", "Deliverance" en "Last house on the left"). Elk van deze films zijn uitermate hard, cynisch, sadistisch en volstrekt humorloos en gaven het publiek een nieuw soort in de realiteit gevestigde dreiging die tot dan toe ongezien was.
Van al deze films vind ik "The Texas chainsaw massacre" de sterkste. Het tempo van de film ligt, na het eerste ietwat kalme half uur, zo hoog dat je als kijker achteraf het gevoel hebt dat je er zelf bij was. De waanzin wordt met de minuut groter, ondanks dat er weinig of geen bloed vloeit en de spanning wordt opgedreven tot het bijna ondraagelijk wordt. Alsook is het de eerste film die de grote horror clichés (de jongeren op trektocht, de disfunctionele familie, het kat -en muisspel tussen dader en slachtoffer) uitpuurt en doordrijft en niets aan de verbeelding van de kijker overlaat. Daar waar de meeste jongeren in dit soort films voornamelijk domme dingen doen en het verdienen te worden afgemaakt, zijn de personages hier van vlees en bloed, reageren ze impulsief en realistisch en krijg je op geen enkel moment het gevoel dat het om acteurs gaat (alhoewel de acteerprestaties niet echt oscarwaardig zijn).
Debuterend regisseur Tobe Hooper zet deze helletocht op een ongekend rauwe, naturalistische manier in beeld, laat zijn acteurs de meest waanzinnige dingen doen (getuige hiervan zijn de laatste 20 minuten) en geeft verder geen uitleg aan de situatie, wat de waanzin alleen maar versterkt. Eén van de sterkste scenes in de film is de introductie van Leatherface, een mentaal gehandicapte reus met een voorliefde voor (van mensenhuid gemaakte) maskers, tevens ook de jongste telg van de niet zo vredelievende familie. Het is een heuse krachttoer hoe Hooper de spanning in deze scene rustig aan opbouwt (zonder muziek en met enkel het geluid van een knorrend varken (!)) om dan met een schedelverbijzelende hamerslag de hele film in gang te trekken. Hierop volgt meteen een tweede klassieke scene waarin onze GVR (vervang vriendelijke door vijandige) een nieuwe betekenis geeft aan vlees aan den haak gooien. Zelden zo geshockeerd geweest bij het zien van een film (ik was pas 12...niet aan te raden onder de 16) en dit is pas het begin. Wat volgt is een ongeloofelijk knap gemaakte shocker die ik nooit zal vergeten en nog altijd aanschouw als één van de beste horrorfilm aller tijden en komende van een liefhebber van het genre betekent dit heel wat.
07-09-2012
Gebaseerd op waargebeurde feiten (hetzij te nemen met serieuze korrels zout) vertelt "The Texas chainsaw massacre" het verhaal van 5 jongeren die in 1973 op mysterieuze wijze verdwenen.
Na het bezoeken van het graf van hun overleden grootouders beslissen de jongeren om een kijkje te nemen in het ouderlijk huis van hun familie. Onderweg pikken ze onheilspellende lifter op die zichzelf mutileert en doodsbedreigingen uit, vreemde rituelen uitvoert en zelf één van de jongeren fysiek aanvalt. Na hun aanvaring met dit illustere heerschap reist de bende, ondanks de talloze waarschuwingen van verschillende dorpbewoners (waaronder natuurlijk de rare man van het tankstation), door naar het vervallen huis waar enkele van hen hun jeugd doorbrachten.
Wanneer twee van hen de buurt verkennen op zoek naar een leuke plek om te zwemmen, komen ze terecht in de handen van een kannibalistische familie en wordt hun road trip een ware nachtmerrie.
Na de gouden jaren 60 kwamen er in begin jaren 70 een reeks compromisloze films uit waarin de hoofpersonages niet meer belaagd werden door uit de kluiten gewassen insecten en gemene buitenaardse wezen maar door andere, hetzij iets minder vriendelijke mensen die zonder enig motief geweld en doodslag hanteren als reactie op de normvervaging van die tijd (zie ook "Straw dogs", "Deliverance" en "Last house on the left"). Elk van deze films zijn uitermate hard, cynisch, sadistisch en volstrekt humorloos en gaven het publiek een nieuw soort in de realiteit gevestigde dreiging die tot dan toe ongezien was.
Van al deze films vind ik "The Texas chainsaw massacre" de sterkste. Het tempo van de film ligt, na het eerste ietwat kalme half uur, zo hoog dat je als kijker achteraf het gevoel hebt dat je er zelf bij was. De waanzin wordt met de minuut groter, ondanks dat er weinig of geen bloed vloeit en de spanning wordt opgedreven tot het bijna ondraagelijk wordt. Alsook is het de eerste film die de grote horror clichés (de jongeren op trektocht, de disfunctionele familie, het kat -en muisspel tussen dader en slachtoffer) uitpuurt en doordrijft en niets aan de verbeelding van de kijker overlaat. Daar waar de meeste jongeren in dit soort films voornamelijk domme dingen doen en het verdienen te worden afgemaakt, zijn de personages hier van vlees en bloed, reageren ze impulsief en realistisch en krijg je op geen enkel moment het gevoel dat het om acteurs gaat (alhoewel de acteerprestaties niet echt oscarwaardig zijn).
Debuterend regisseur Tobe Hooper zet deze helletocht op een ongekend rauwe, naturalistische manier in beeld, laat zijn acteurs de meest waanzinnige dingen doen (getuige hiervan zijn de laatste 20 minuten) en geeft verder geen uitleg aan de situatie, wat de waanzin alleen maar versterkt. Eén van de sterkste scenes in de film is de introductie van Leatherface, een mentaal gehandicapte reus met een voorliefde voor (van mensenhuid gemaakte) maskers, tevens ook de jongste telg van de niet zo vredelievende familie. Het is een heuse krachttoer hoe Hooper de spanning in deze scene rustig aan opbouwt (zonder muziek en met enkel het geluid van een knorrend varken (!)) om dan met een schedelverbijzelende hamerslag de hele film in gang te trekken. Hierop volgt meteen een tweede klassieke scene waarin onze GVR (vervang vriendelijke door vijandige) een nieuwe betekenis geeft aan vlees aan den haak gooien. Zelden zo geshockeerd geweest bij het zien van een film (ik was pas 12...niet aan te raden onder de 16) en dit is pas het begin. Wat volgt is een ongeloofelijk knap gemaakte shocker die ik nooit zal vergeten en nog altijd aanschouw als één van de beste horrorfilm aller tijden en komende van een liefhebber van het genre betekent dit heel wat.
07-09-2012
Abonneren op:
Posts (Atom)